De plant centraal
Gelukkig heb ik nu eindelijk de kans te schrijven over Amstelglorie, want het valt me wel een beetje tegen
Amstelglorie, waar het zaterdagse corvee de melting pot van de volkstuin is met uiteenlopende bewoners die eendrachtig mopperend de paden staan te schoffelen en ondertussen verhalen uitwisselen over het leven op de tuin en daarbuiten. Amstelglorie waar werelden elkaar ontmoeten. Intellectuelen zitten tussen het hoog opschietende zevenblad romans en rapporten te lezen, bijstandsmoeders creëren hun paradijsje in huisjes van 28m2 en gepensioneerde arbeiders werken zich in het zweet om elk sprietje onkruid weg te wieden.
Ons toevluchtoord tussen A2 en Amstel, onder de rook van Amsterdam en onder de aanvliegroute van Schiphol, waar onze kleine kinderen helemaal zelf naar het winkeltje mogen en leren hoe kikkervisjes eruit zien.
Er liggen veel verhalen te wachten op Amstelglorie. Over de plantjes maar ook over de mensen. In zijn ontroerende Dagboek 1974 heeft Jan Wolkers, die in de jaren zeventig een volkstuin had op Amstelglorie, verteld over de flora en fauna op zijn tuin, maar ook over de werelden die hij op zijn manier wist te verbinden. "Zo hadden we hier zo'n stel oud-AJC'ers, van die geitenharen sokken, die een rommelige tuin hadden. Daarom liet iedereen ze links liggen. Jan riep hun tuin toen uit tot de mooiste van het complex. Die man straalde gewoon bij alles wat hij deed!" vertelde een van Amstelgloriebewoners over de dan net overleden schrijver.
Lieve Mila, ik wens je tijd om niet alleen (meer) te genieten van man en kinderen maar ook van ruisende lenteregen, aarde met wormen, kool- en pimpelmezen, rozen, lavendel, tijm en rozemarijn, narcissen en sneeuwklokjes en vooral van RUST.
Annemarie de Wildt

Geen opmerkingen:
Een reactie posten