dinsdag 6 mei 2008

Verhaal van Louisa

Waarde Mevrouw Ernst/lieve Mila, if I may,

Ik laat U het volgende weten via ondergetekende, die ik regelmatig slapeloze nachten bezorg. Ik ken hem nauwelijks, hoewel hij wel van mij alles denkt te weten. Daar zit ik niet mee, ik heb in mijn tijd ook vele doorwaakte nachten gehad. Het overlijden van mijn geliefde ouders, de ruzie binnen mijn familie (die om geld en een geëcht nichtje ging, dus feitelijk om niets zoals U nu wel zult denken), de zorgen om mijn fortuin, de roddels die over mij de ronde deden, mijn affectie voor mijn echtgenoot - een groot kind - Abraham (Bram, zoals ik hem altijd noemde), de brand van mijn favoriete buitenhuis in Le Vésinet en de pijnlijke ziekte die mij aan het eind van mijn leven trof. Mevrouw Mila, U bent gek op verhalen over mensen, en daarom moet mij het volgende van het hart. Ik ben veel minder stijve vrouw dan de meeste mensen denken. Weliswaar stelden godsdienstigheid en betamelijkheid in mijn tijd grenzen aan het doen en laten van een vrouw van mijn stand, maar ik speelde ook piano, reed graag paard, volgde de laatste mode op de voet en sprak vijf talen vloeiend. Als getrouwde vrouw kende ik mijn plaats, maar moet U weten, ook IK kocht kunst (dat was dus niet alleen een mannenzaak bij ons thuis!), zag om mij heen Amsterdam veranderen en nam aandelen in het Amstel Hotel en het Vondelpark. Wat die Ton en Odette op de Museumn8en doen is aardig, maar ze zien de boel wel erg zwart/wit en maken er soms wel een (huts)potje van. Welnu, ik heb uiteindelijk een olifantshuid gekweekt tegen al die zaken die mij staken en maak me nu natuurlijk niet druk meer over aardse zaken. Wel zie ik met welbevinden dat mijn in 1895 gestichte museum, na decennia in zwaar weer te hebben verkeerd, opnieuw veel publiek trekt. Ook jonge kinderen, die ik zelf zoals U weet nooit heb gehad (U wel, zo vernam ik). Uw afdeling heeft de afgelopen jaren leuke dingen gedaan in het huis waar ik vroeger in woonde, vooral de (her)introductie van die dieren vond ik enig. U moet bedenken dat ik mijn geliefde troetels na mijn overlijden nog een tijdlang in het museumhuis wilde laten wonen. Ik had toen echter geen benul van de complicaties die dat met zich meebracht. Hoe kon ik dat weten, ik had immers toch nooit eerder een museum gesticht? Al zijn Figaro, Mietje, Simiertje en mijn andere honden en poezen al lang dood, met de komst van de boekenwurm (Bram liet mij hier zojuist weten dat hij dat beestje ook een leuke trouvaille vond) en nu weer die muis in dat grachtenhuis, is er weer dierenleven in de brouwerij. En dan die stomme kat van konijnenbont, miss Chippy heet ze geloof ik, die altijd maar voor de haard in de balzaal ligt te slapen, terwijl in de rest van het huis constant een muizenboel, ik bedoel bal, van jewelste is. U merkt, ik begin aardig op stoom te komen - dus gebiedt de etiquette mij dat ik het hierbij laat. Schrikt U niet, vanuit genderperspectief is mijn gedrag tegenwoordig goed verklaarbaar. Bijgaand zend ik U mijn jeugdportret, dat ik nog steeds aardig geslaagd vind, maar wat nu spoorloos schijnt te zijn.

Ik groet U zeer, het ga U goed en wees altoos van het volgende doordrongen: Ars longa, vita brevis!

Hoogachtend, Uw Louisa W-H.

via haar boodschapper

Hubert Vreeken (Bert voor intimi (mijzelve incluis)

Geen opmerkingen: